R A P P O R T


Rapportage van onderzoek aangaande ventilatie in een 400 tal projecten nieuwbouwwoningen verspreidt over heel Nederland.

Totaal aantal onderzochte woningen 15000.

Onderzoek in de periode van 1 juli 1987 tot en met 1 december 2002.

Begripsomschrijvingen:

  1. K.W.Z. Kopersbegeleiding Woningbouw Zeewolde
  2. G.I.W. Garantie Instituut Woningbouw.
  3. Oplevering. De overdracht van de woning van de bouwer c.q. project ontwikkelaar naar de koper of eigenaar van onderhavige woning.
  4. Vereniging van huiseigenaren. Een vereniging die is opgericht door de kopers c.q. eigenaren van een project woningen, met als doel gezamenlijk belangen te behartigen.
  1. Wie en wat is K.W.Z. is een adviesbureau die voor kopers en of eigenaren van woningen, inspecties uitvoert tijdens de bouw van de woning. Een keuring uitvoert bij de overdracht van de woning. De koper bijstaat bij het opstellen van het proces-verbaal van oplevering. Hierin staat vermeld, die zaken die in de woning nog moeten worden uitgevoerd, geleverd dienen te worden, tekortkomingen en stand van zaken wat betreft de ventilatie in de woning. Tevens wordt door K.W.Z. bestaande bouw onder de loep genomen en advies uitgebracht aan de belangstellende of aspirant koper en tevens wordt daarbij in het rapport uitgebracht naar de stand van de woning en daarin meegenomen de ventilatie.


  2. In geval van nieuwbouw woningen kan, indien de ventilatie niet voldoet aan de gestelde eisen, hetgeen bijzonder vaak voorkomt, een beroep gedaan worden op de bouwer van de woning c.q. installateur van het project. Voorts worden nagenoeg aal nieuwbouwwoningen gebouwd onder de garantie voorwaarden van het G.I.W. te Rotterdam. Ook deze hebben een gedeelte verantwoordelijkheid.


Reden van het onderzoek:

Tijdens opleveringen was het opvallend dat zich telkens problemen voor deden met de ventilatie.

Het onderzoek werd gericht op:

Systeem 1.: Natuurlijke ventilatie.
Systeem 2.: Natuurlijke ventilatie gecombineerd met mechanische ventilatie.
Systeem 3.: Mechanische ventilatie, gecombineerd met een warmte terugwin unit, in gesloten woningen.
Systeem 4.: Mechanische ventilatie, gecombineerd met terugwin unit met tevens daaraan gekoppeld een direct of indirect
                        gestookte luchtverwarming, in gesloten woningen.
Systeem 5.: Geheel geen ventilatie mogelijkheden.

Systeem 1.
Natuurlijke ventilatie.

Natuurlijke ventilatie wordt verkregen door roosters, klepraampjes en andere openingen in de gevels, waarbij verse lucht van buitenaf tot de woning kan toetreden. De afvoer kan worden bewerkstelligd door verticale kanalen in de woning uitmondend in verschillende vertrekken van de woning. Het onderzoek werd verricht op de juiste toepassing van dit ventilatie systeem, aan de hand van de NPR 1088.

Systeem 2.
Natuurlijke ventilatie, gecombineerd met mechanische afzuiging.

Deze natuurlijke ventilatie wordt verkregen door roosters of klepraampjes en anderen openingen in de gevels, voor toelating van verse buitenlucht in de woning. Via een mechanisch installatie wordt de afvoerlucht uit de woning naar buiten gebracht. Het onderzoek werd verricht op de juiste toepassing van het systeem aan de hand van de NEN 1087.

Systeem 3.
Mechanische ventilatie gecombineerd met een Warmte - Terug - Win? Unit in gesloten woningen.

De ventilatie wordt verkregen door mechanisch verse lucht aan de woning toe te voegen. De afgevoerde lucht wordt mechanisch naar buiten gebracht. Via een terugwin unit wordt de warmte van de af te voeren lucht terug gewonnen en overgebracht op de lucht die aan de woning wordt toegevoegd.

Systeem 4.
Mechanische ventilatie, gecombineerd met een warmte terugwin unit, gekoppeld met een luchtverwarming al dan niet gecombineerd met direct of indirect gestookte warmtebron .

Onderzoek werd verricht op de juiste hoeveelheid verse lucht in de woning en onderzocht werd de hoeveelheid afgewerkte lucht, die werd afgevoerd in de woning.

Systeem 5.
Geen ventilatie mogelijkheden in een woning.


Algemeen.

Het onderzoek werd verricht in een zestig tal projecten verspreid over heel Nederland, in totaal ongeveer 3000 woningen. Het betrof nieuwbouwwoningen, eengezinswoningen in de prijsklasse van € 60.0000 tot € 455.000. Het onderzoek werd verricht tijdens de oplevering van de woningen (overdracht van de woning van de bouwer/projectontwikkelaar) aan de kopers. Voorts werden bestaande woningen tot tien jaar oud onderzocht. De ventilatiesystemen werden onderzocht door meting van de hoeveelheid kubieke meters lucht toegevoegd of afgezogen in de woningen. Voorts werd onderzocht de loop van de kanalen en weerstanden in de systemen. In een aantal gevallen werd bemiddelend opgetreden tussen de vereniging van huiseigenaren en de bouwmaatschappijen, in die projecten waarbij in het onderzoek bleek dat de ventilatie onvoldoende was. In een aantal gevallen werd samen met de bouwmaatschappij gezocht naar aanpassingen en verbeteringen, zodat de daarvoor gestelde normen wel werden gehaald. In een aantal gevallen werd samen met de bouwer een onderzoek ingesteld en binnen niet al te lange tijd wordt een aanpassing verwacht die als resultaat heeft dat de gestelde waarden worden gehaald. In aantal gevallen werd een proefwoning gemaakt met als doel te bezien welke maatregelen genomen moesten worden om in onderhavige woningen te laten voldoen aan de normen. Tevens kwam dan in veel gevallen het kosten plaatje om de hoek kijken als een bouwer c.q. installateur de zaak moet veranderen.

Systeem 1.
In een aantal projecten waarbij systeem 1 werd toegepast bleek het volgende: In woningen die 1 jaar waren bewoond, bleek dat het kanalen systeem dusdanig was aangebracht dat niet de juiste, (zo niet tegenovergestelde) werking werd verkregen. De loop van de kanalen werd horizontaal aangetroffen. De uitgangen op het dak waren dusdanig laag, dat er geen ventilatie plaats vond, maar inwaaiende lucht van buitenaf, in verband met de wind val over de nok van de woning. In de badkamer was het spuitwerk dusdanig verweerd, dat dit los liet. De gehele badkamer vertoonde zwarte vlekken. De woning was ongeveer een jaar bewoond. In de gehele woning was voortdurend condens op de dubbele beglazing i.v.m. de grote hoeveelheid vocht in de woning. De enige mogelijkheid tot afvoer van vochtige lucht in de woning was een afzuigkap boven de kookgelegenheid met een doorvoer in de buitengevel. Deze doorvoer was echter niet voorzien van een inwaai werende kap, (Vewi klep) zodat wanneer de afzuigkap niet in gebruik was, ook aldaar lucht van buitenaf werd ingeblazen bij ongunstige wind. Bij proeven bleek, dat bij een constant gebruik van de afzuigkap er een duidelijke verbetering ontstond in de woning wat betreft het vochtgehalte.

Systeem 2.
In de projecten waarbij systeem 2 werd toegepast, bleek dat in 70 % de systemen niet naar behoren werkten. Dit onderzoek vond plaats bij de oplevering van de woning naar de kopers en reeds bestaande woningen van 1 tot 3 jaar bewoning.
In 30 % van de gevallen bleek, dat de capaciteit van de unit niet voldoende was. Er was geen rekening gehouden met de kanalen, die achter de unit waren aangebracht. Een zwaardere unit bracht vaak een oplossing. Voorts waren in enkele woningen motorloze afzuigkappen geplaatst die een dusdanig weerstand opleverden, dat onder capaciteit werd veroorzaakt.
In 40 % van de gevallen bleek dat de kanalen juist waren, doch dat de rozetten en afzuigventielen dusdanig waren ingeregeld dat een onder capaciteit werd gemeten. In de meeste gevallen was in het geheel niets ingeregeld en waren verschillende rozetten geheel gesloten.
In reeds bestaande woningen werden zwaar vervuilde rozetten aangetroffen, zwaar vervuilde filters in motorloze afzuigkappen en zwaar vervuilde motoren in de unit. Ook in veel gevallen, waren rozetten niet ingeregeld of nagenoeg gesloten.
De klachten bij bestaande woningen waren in de meeste gevallen, overlast van vocht, beslagen ruiten en stankoverlast in de woningen.
Ook werd onder capaciteit van de unit aangetroffen en niet juist aangebrachte kanalen.

In veel projecten werd achteraf een keuken geplaatst door een keukeninstallateur. In een aantal gevallen werd op verzoek van de koper contact gelegd met de verkoper van de keuken met als doel te voorkomen dat de bestaande afzuigrozetten, die vaak in de wand of aan het plafond zijn gemonteerd, niet komen te vervallen. Van de keuken installateurs werd dan alle toezegging gekregen rekening te houden met het plaatsen van de keuken. Achteraf bleek dan dat de rozetten waren weggestopt. Een afzuigkap met motor werd in veel gevallen aan de kopers aangeraden door het keukenbedrijf. Gevolg is dat een niet meer juist werkende afzuiginstallaties (Keuken veel te veel afzuiging daar de rozetten zijn verwijderd) en daarbij een afzuigkap door de gevel naar buiten een hevige onderdruk veroorzaakte in de keuken en woonkamer. Het gevolg hierop is dat er tocht verschijnselen optreden in de woonkamer bij de ventilatie roosters. Een luchtsnelheid van meer als 1,5 meter per seconde is geen uitzondering. Tevens ontstond dan een dusdanige onderdruk in de woning dat rookgassen van de C.V.-ketel via de naden en kieren van de C.V. Ketel tot de woning toetraden. In de verbrandingsresten van aardgas bevindt zich koolmonoxide. In een aantal gevallen werd vastgesteld dat er verbrandingsresten via de afvoer van de CV-ketel in de woning terechtkwamen. In pogingen bij de keukenverkopers en keukeninstallateurs begrip te krijgen voor bovengenoemde situaties en rekening houdende met, is tot op heden niet gelukt. Een aantal malen werd voorgesteld in samenwerking met de keuken installateur gezamenlijk een proef woning te maken en rekening houdende met de gegeven omstandigheden. Geen enkele keuken specialist wenste hieraan mee te werken. Tevens bleek dat ook vele bewoners last hadden van de lucht van het verbranden van hout. Deze lucht is afkomstig van openhaarden en de rookgassen hiervan worden de ventilatie roosters in de woningen gezogen. In een uitzonderlijk geval klaagde de bewoner over rookgassen van een openhaard, terwijl de afstand van de openhaard en de onderhavige woning ongeveer 25 meter was.

Door K.W.Z. zijn een aantal proef woningen gemaakt, waarbij de afzuiging boven het kookgedeelte zijn aangepast op de mechanische ventilatie. De systemen genoemd onder 2, 3, en 4 zijn daarbij toegepast. Doel was een goede afzuiging boven het kookgedeelte te krijgen en geen onderdruk in de woning.
Na langere tijd dit door de kopers te zijn gebruikt, bleek dat de gebruikers, de eigenaren van de woningen, de volgende voordelen hiervan zagen.

  1. Een geringe geluidsoverlast van het afzuigapparaat.
  2. Een goede en juiste afzuiging boven het kookgedeelte.
  3. Een minder vervuilde afzuigkap, daar deze uitsluitend bestaat uit een pijp uitkomende onder een van de kastjes boven het kookgedeelte.
  4. Het minder wegnemen van ruimte voor een afzuigkap.

Systeem 3.
In verschillende projecten met ongeveer 250 woningen werd dit systeem aangetroffen. De woningen waren gemiddeld een jaar opgeleverd. Tevens bleek, dat er natuurlijke ventilatie in de woning was, namelijk een vierpans dakraam op zolder, badkamer, slaapkamers en woonkamer ventilatie roosters in de ramen. Tijdens het onderzoek bleek, dat de lucht naar de unit werd aangezogen onder de dakpannen zonder dakdoorvoer. Via de unit werd de lucht de zolder opgeblazen. De woning werd afgezogen via de afzuigrozetten in de keuken, badkamer en WC. Deze lucht ging via de unit en werd naar buiten gebracht via een dakdoorvoer. Indien het dakraam open stond, hetgeen meestal het geval was, werd lucht verplaatst van onder de pannen, via de unit en door het dakraam naar buiten. Tevens ging hierbij de terug gewonnen warmte verloren. Indien het dakraam werd gesloten, bleek dat er op de 1e verdieping van de woning overdruk ontstond. Gemeten werd een uitblaas van lucht via de ventilatie roosters op de slaapkamers en badkamer. Indien nu de slaapkamers werden verwarmd werd de stijgende verwarmde lucht via de ventilatie roosters naar buiten gestuwd. Opvallend was het hoge verbruik van elektra en gas. In uitzonderlijke gevallen bleek dat 3500 kubieke meters gas per jaar was verbruikt. Tenslotte bleek, dat de aan de unit gekoppelde slangen een dusdanig hoge weerstand hadden, dat gemiddeld in 50 gemeten woningen 160 kubieke meters lucht werd afgezogen, terwijl in dit geval het zou moeten zijn in de hoge stand van de unit 225. In ongeveer 10 % van de gevallen draaide de unit niet. In ongeveer 20 % van de gevallen bleek dat de standen van de driestanden schakelaar niet juist waren geschakeld. In enkele gevallen van deze 50 woningen stond een van de motoren stil en bij onderzoek bleek, dat deze nog nooit hadden gedraaid. De schoepen van de motoren waren geheel schoon.

In dit project werd tevens een onderzoek naar medische klachten ingesteld. De bewoners klaagden als volgt:
48 % had doorlopend last van slaap.
30 % had last van loomheid.
48 % had last van overmatig transpireren.
24 % had last van prikkelingen in de benen.
13 % had last van hart kloppingen.
17 % ging met de klachten naar de huisarts.

Systeem 4.
In de projecten waarin de woningen systeem 4 werd aangetroffen deden zich de grootste problemen voor. In 80 % van de onderzochte woningen bleek dat de afgezogen lucht hoeveelheid niet conform de NEN 1087 was. De hoeveelheden liepen uiteen van 36 kubieke meters lucht afzuig per uur tot 200 kubieke meters lucht per uur. De NEN 1087, schrijft voor dat minimaal een hoeveelheid van 225 moet worden afgezogen voor standaard eengezinswoningen. Oorzaken liepen sterk uiteen. Deze zijn:

  1. Onvoldoende reinigen van de ventilatiemotoren.
  2. Niet schoonmaken van de warmte terugwin unit.
  3. Het niet juist werken van de ventilatie unit in zijn geheel.
  4. Inwendige transportlekkage van de terugwin unit.
  5. Onjuiste schakeling van de standen van de motoren.
  6. Niet juist ingeregelde afzuigrozetten.

Daar het hier gaat om kierdichte woningen, doen zich dan ook lichamelijke klachten voor. Wel moet gesteld worden dat de persoonlijke klachten zich uiten in de jaren, dat men een dergelijke woning bewoonde. De klachten werden afzonderlijk samen gevoegd. De klachten werden vastgesteld aan de hand van een vragenlijst, opgesteld door een arts van de GG & GD. Ook deze instantie werd op de hoogte gebracht van de klachten van de bewoners. In uitzonderlijke gevallen, werden in samen werking met de vereniging van huiseigenaren, de plaatselijke huisartsen ingelicht over de resultaten van het onderzoek.

De voornaamste klachten waren:

  1. Doorlopend last van slaap.
  2. Loomheid.
  3. Lusteloosheid.
  4. Prikkelingen in de benen.
  5. Hartkloppingen

In extreme gevallen werden de bewoners van deze woningen medisch onderzocht en bleek het eindresultaat van het onderzoek een te kort aan zuurstof in het bloed.

Door K.W.Z. werd tijdens deze onderzoeken verschillende malen de plaatselijke overheid ingelicht omtrent hun bevindingen. Ook werden verschillende bemiddelingen gedaan met de bouwers van deze woningen en plaatselijk verantwoordelijke personen.

Systeem 5.
Tenslotte werd in een uitzonderlijk geval een woning opgeleverd met de koper waarbij, bleek dat in het geheel geen ventilatie aanwezig was. Zowel natuurlijk als mechanisch werd volledig achterwege gelaten. Door de bouwmaatschappij werd medegedeeld dat het niet nodig was, dat in een woning geventileerd werd. Door K.W.Z. werd terstond de plaatselijke overheid ingelicht, die gelijk hierop reageerde. Van de koper werd vernomen dat grote veranderingen in zijn woning hem te wachten stond. Hij was er van uitgegaan dat de woning voor bewoning gereed was bij oplevering.

Eindconclusie.

Duidelijk is gebleken dat in de huidige woningbouw de ventilatie kennelijk van ondergeschikt belang is.

Gezien de bouw van de afgelopen jaren, waarbij de woningen van zeer hoogwaardige kwaliteit isolatie worden voorzien en dientengevolge nagenoeg kierdicht zijn, wordt het belang van een goede ventilatie zwaar onderschat. Bij woningen die geheel gesloten zijn en waar de ventilatie geheel mechanisch moet geschieden, wordt dit probleem zwaar onderschat.

In een project bleek dat juist de ventilatie de voorrang had gekregen op de bouw van de woning. Hier betrof het een mechanische ventilatie met terugwin unit, gekoppeld met een lucht verwarming, indirect gestookt. De woningen werden mechanisch geventileerd en er werd een afzuiging gemeten in deze woningen van 350 kubieke meters lucht per uur. De bewoners bewoonden deze woningen ongeveer 1 jaar en waren bijzonder content met deze hoge afzuiging. Ook bleek duidelijk in deze woningen dat het aantal verbruikte kubieke meters gas bijzonder laag was, namelijk ongeveer 700 kubieke meters gas per jaar. In deze woningen werd een constante hoeveelheid van 300 kubieke meters verse lucht per uur aan de woning toegevoegd.

Op geen enkele wijze deden zich onder deze bewoners klachten voor noch op het gebied van ventilatie noch op lichamelijk gebied.

Opmerkingen:

In bovenstaande is geheel buiten beschouwing gelaten het gebruik van wasdrogers die zijn aangesloten op een dakdoorvoer en waarbij de droger zijn lucht uit het vertrek moet halen waarin hij staat. Een wasdroger stuwt tijdens het drogen gemiddeld 150 m3 per uur lucht naar buiten. Indien geen compensatie van toevoer lucht plaatsvindt ontstaat onderdruk in de woning.

Om een beeld te geven van de gevoeligheid van tocht en zijn uitwerking op mens en dier wordt in de varkensmesterij ook door middel van ventilatoren zuurstof in de hokken gebracht. Indien in de hokken een hogere luchtsnelheid van meer dan 1 meter per seconde aanwezig is blijkt dat jonge biggen onder de acht weken het niet overleven.


B. Apperloo, K.W.Z.